Gratis downloads

“Sharing will enrich everyone with more knowledge.” 
- Ana Monnar

Taal en Leren

Tools & informatie

Vlaamse normen AVI en DMT
Thomas More en Cito onderzochten de bruikbaarheid van de Nederlandse normen bij de AVI-toetskaarten en de Drie-Minuten-Toets uit 2009 voor Vlaamse leerlingen (Leysen et al., 2017). Uit die studie bleek dat de Nederlandse normen voorzichtig moeten geïnterpreteerd worden. Bij meer dan 1400 Vlaamse lagereschoolkinderen werden de toetsen afgenomen. Dit onderzoek leidde verder tot een Vlaamse normering voor de toetsen. Je kan de Vlaamse normering van de Drie-Minuten-Toets en AVI-toetskaarten van 2009 gratis downloaden als aanvulling op de toetsmap van Cito. 

 

Publicaties

Hier vind je de meest recente publicatielijst van de expertisecel Taal en Leren.

Geudens, A., Schraeyen, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T. (2021). Praktijkgids voor taalondersteuning in kleuter-, lager en secundair onderwijs. Praktische leidraad bij het onderzoek Taalintegratietrajecten. [Praktijkgids].

Trioen, M., Taelman, H., Schraeyen, K., Geudens, A., Missinne, L., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T. F. H. (2021). De schijnwerper op taal. Taalondersteuning voor leerlingen die daar extra nood aan hebben. [Wetenschappelijk rapport]. Universiteit Antwerpen.

Deruwe, R., Mostaert, C., & Leysen, H. (2020). Inzicht in de moedertaalontwikkeling via ouderbevraging: instrumenten voor de praktijk. Logopedie, 33(4), 18-26.

Leysen, H., & Mostaert, C. (2020). Hoe herken je een taalontwikkelingsstoornis bij meertalige leerlingen? Screen de moedertaal met de ALDeQ-NL. Caleidoscoop, 32(5), 30-36.

Leysen, H., Mostaert, C., Patteeuw, T., Roeyers, H., Van Den Heuvel, E., & Zink, I. (2020). ALDeQ-NL, dé Nederlandstalige oudervragenlijst voor moedertaalonderzoek. Logopedie, 33(4), 38-48.

Leysen, H., Mostaert, C., Patteeuw, T., Roeyers, H., Van Den Heuvel, E., & Zink, I. (2020) ALDeQ-NL, dé Nederlandstalige oudervragenlijst voor moedertaalonderzoek. Signaal, 112(3), 18-33.

Leysen, H., Noé, M., Van Kerckhove, E., Simons, J., Geudens, A. (2020). Hoe herkennen en begeleiden logopedisten kinderen met kans op leesproblemen? Logopedie, 33(6), 30-40.

Leysen, H., & Schraeyen, K. (2020). Testafname bij meertalige kinderen. In: de Waal-Bogers, J. (Red.), Taaldiagnostiek bij kinderen. Pearson Benelux.

Mostaert, C., & De Kerf, L. (2020). Multidisciplinaire diagnostiek bij casus TOS. In: de Waal-Bogers, J. (Red.), Taaldiagnostiek bij kinderen. Pearson Benelux.

Schraeyen, K., Vanderauwera, J., & Vandermosten, M. (2020). Les compétences de traitement phonologique chez les adultes avec une dyslexie. In: P. Colé, E. Cavalli, & L. G. Duncan (Red.). La dyslexie á l’âge adulte. Approche neuropsychologique. De Boeck Supérieur.

Van den Eynde, L., Van Den Heuvel, E., Leysen, H., Mostaert, C., Roeyers, H., Goeleven, A., & Zink, I. (2020). Validiteitsonderzoek van de oudervragenlijst ALDeQ–NL. Logopedie, 33(4), 50-60.

Leysen, H., Mostaert, C., & Paul, N. (2019). Taaldiagnostiek bij meertalige kinderen in de praktijk: Eenbevraging bij logopedisten. Logopedie, 32(3), 13-24.

Mostaert, C., Leysen, H., Desmedt, E., Van Den Heuvel, E., & Zink, I. (2019). Een onderbouwde aanpakvoor taaldiagnostiek bij meertalige kinderen. Logopedie, 32(4), 19-28.

Noé, M., Leysen, H., Simons, J., & Van Kerckhove, E. (2019). Herken kleuters met risico op latereleesproblemen. Tijdschrift Taal 10(15), 14-19.

Schraeyen, K., Geudens, A., Van der Elst, W., Ghesquière, P., & Sandra, D. (2019). Short-term Memory Problems for Phonemes' Serial Order in Adults with Dyslexia: Evidence from a Different Analysis of the Nonword Repetition Task. Applied Psycholinguistics, 40(03), 613-644. doi:10.1017/s0142716418000759

Geudens, A., Van Kerckhove, E. & Noé, M. (2018). Klank-tekenkoppelingen verkennen. Doelbewust én kleutervriendelijk. Tijdschrift Taal, 9(13), 28-30.

Leysen, H., Van den Broeck, W., Keuning, J., Noé, M., & Geudens, A. (2018). Vlaamse normering van de Drie-Minuten-Toets en AVI-toetskaarten van 2009. Thomas More.

Geudens, A., Noé, M. & Van Kerckhove, E. (2017). Klanken uitspreken en voelen: een belangrijk facet van het alzijdig verkennen van klanken en letters. Uitgeverij Zwijsen.

Geudens, A., Stolwijk, D., Van Kerckhove, E. & Noé, M. (2017). Verken klanken en letters alzijdig. De wereld van Het Jonge Kind, 45(3), 28-31.

Leysen, H., Noé, M., Van den Broeck, W., Loncke, M., Liekens, E., Lowette, A. … Geudens, A. (2017). Vergelijking van de resultaten op de Drie-Minuten-Toets en de AVI-toetskaarten van 2009 tussen Nederland en Vlaanderen, Logopedie, 30(6), 35-44.

Meersschaert, E., Aerts, A., Van Kerckhove, E., De Brauwer, J., Tops, W., & Geudens, A. (2017). Wijzer op Weg. Studeren en dyslexie. Abimo-Pelckmans.

Mostaert, C. (2017). Het voorleesgedrag van ouders in een multiculturele stad. In: Mottart, A., Vanhooren, S. (red.). 31ste conferentie onderwijs Nederlands (pp. 203-206). Gent: Skribis.

Schraeyen K., Geudens A., Ghesquière P., Van der Elst W., &, Sandra D. (2017). Poor performance on the retention of phonemes’ serial order in short-term memory reflects young children’s poor reading skills. The Mental Lexicon, 12(1), 129-158.

Schraeyen, K., Van der Elst, W., Geudens, A., Ghesquière, P., &, Sandra, D. (2017). Beyond global differences between monolingual and bilingual children on the nonword repetition task: Retention skills for phonemes’ identity and serial order. Bilingualism. Language and Cognition, 1-16.

Smits, I., Meersschaert, E., & De Brauwer, J. (2017). Het rekenvaardighedenprofiel: een test basisrekenvaardigheden van jongvolwassenen. TOKK: Tijdschrift voor Orthopedagogiek, Kinderpsychiatrie en Klinische Kinderpsychologie, 42(1), 31-40.

De Kerf, L., & Mostaert, C. (2016). Wat kan ik als logopedist doen met CHC-intelligentieonderzoek? Een praktijkvoorbeeld over lezen en spellen. Logopedie, 1, 47-53.

Leysen, H., Mostaert, C., Özgüzel, S., Segers, W., & Zink, I. (2016). Competentieprofiel taalanalist. Taalbrug.

Mostaert, C., Leysen, H., Buelens, D., & Segers, W. (2016). Taaldiagnostiek bij meertalige kinderen: samenwerking tussen logopedist en taalanalist. Signaal, 95(2), 22-36.

Mostaert, C., Smits, I., Tops, W., De Kerf, L., Liekens, E., & Schraeyen, K. (2016). Test geautomatiseerd spellen voor jongvolwassenen (TASP). Acco.

Smits, I., Meersschaert, E., & De Brauwer, J. (2016). Het Rekenvaardighedenprofiel. Test basisrekenvaardigheden van jongvolwassenen. Acco.

Van Loosbroek, I., Geudens, A., Noé, M. & Van Kerckhove (2016). Articuleren en voelen van de klanken. Uitgeverij Zwijsen.

Mostaert, C., De Kerf, L., Smits, I., & Schraeyen, K. (2015). Ontwikkeling van de Test geautomatiseerd spellen voor jongvolwassenen (TASP). Logopedie, 28, 25-30.

Mostaert, C., Liekens, E., & Schraeyen, K. (2015). Diagnostiek van leesproblemen bij meertaligen. Hoe voorkom je misdiagnoses? Nederlands Tijdschrift voor Logopedie, 87(9), 6-11.

Vandewalle, E., Liekens, E., Huybens, L., Delcourte, J., Leysen, H., & Van Kerckhove, E. (2015). Hoe omgaan met meertaligheid in de kleuterklas? Verslagboek: Zevende Vlaamse Impulsdag voor basis- en secundair onderwijs: Hoever gaat onze zorg? (pp. 100-105), BNBZorg/LeON Kenniscentrum lerarenopleiding Thomas More Mechelen.

Van Kerckhove, E., Aerts, A., Meersschaert, E., & Geudens, A. (2015). Jongvolwassenen met dyslexie: wat werkt?. Logopedie, 4, 96-105.

Aerts, A., De Brauwer, J., Meersschaert, E., Janssens, V., & Geudens, A. (2014). Verantwoord handelen in de diagnostiek en begeleiding van dyslexie en dyscalculie: Een verkennend beeld van de situatie in Vlaanderen. Signaal, 88, 4-31.

De Kerf, L., & Mostaert, C. (2014). Intelligentieonderzoek anders bekeken: een toepassing bij meertalige kinderen. Signaal, 89(4), 4-21.

Geudens, A., Aerts, A., Van Kerckhove, E., Meersschaert, E., & De Brauwer, J. (2014). Effectief begeleiden en behandelen van kinderen en jongeren met dyslexie. In Dyslexie 2.0: Update van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (pp. 155-176). Garant.

Blumenthal, M., Mostaert, C., & Loncke, M. (2013). Taalstoornissen bij meertalige kinderen. In: Bot, H. (red). Taalbarrières in de zorg. Over tolkenbeleid en tolken met beleid (pp. 117-127). Koninklijke Van Gorcum BV.

De Brauwer, J., Meersschaert, E., Aerts, A., Loncke, M., & Geudens, A. (2013). De impact van dyslexie bij jongeren: ervaringen van jongeren, ouders, studiebegeleiders en hulpverleners. TOKK: Tijdschrift voor Orthopedagogiek, Kinderpsychiatrie en Klinische Kinderpsychologie , 4(38), 130-150.

Mostaert, C., De Kerf, L., Vandewalle, E., & Schraeyen, K. (2013). Taaldiagnostiek bij meertalige kinderen: Een case-study. Logopedie, 26(4), 73-84.

Mostaert, C., Vandewalle, E., Leysen, J., De Keersmaeker, S., & Geudens, A. (2013). Leesproblemen opsporen bij volwassen tweedetaalverwervers. Gebruik van de Drie-Minuten-Toets als signaleringsinstrument. Les, 182(31), 18-20.

Schraeyen, K., Mostaert, C., & De Kerf, L. (2013). Taaldiagnostiek bij meertalige kinderen: een onderbouwd protocol. Logopedie, 4(26), 67-73.

Vandewalle, E., Mostaert, C., Liekens, E., Schraeyen, K., & Geudens, A. (2013). Thuistaal op school: het mediadebat kritisch bekeken. Signaal, 82, 53-58.

van der Leij, A., Bekebrede, J., Geudens, A., Schraeyen, K., Schijf, G. J., Garst, H., Janssens, V., Meersschaert, E., & Schijf, T. (2013). Interactieve Dyslexietest Amsterdam-Antwerpen: Handleiding. Muiswerk Educatief.

Mostaert, C., De Smedt, H., & Roeyers, H. (2012). Diagnostiek van taalstoornissen bij meertalige kinderen. Signaal, 79(2), 4-11.

Aerts, A., & Mostaert, C. (2011). Dyslexie in het secundair onderwijs: Van diagnose tot begeleiding. Een case-study. In Verslagboek: Vijfde Vlaamse Impulsdag voor basis- en secundair onderwijs: Hoe ver gaat onze zorg? (pp. 197-205), BAZO Lessius Mechelen.

Geudens, A., Baeyens, D., Schraeyen, K., Maetens, K., De Brauwer, J., & Loncke, M. (2011). Jongvolwassenen met dyslexie: Diagnostiek en begeleiding in wetenschap en praktijk. Acco.

Schraeyen, K., Janssens, V., Aerts, A., Meersschaert, E., Maetens, K., & Geudens, A. (2011). Diagnostiek van dyslexie bij adolescenten en jongvolwassenen: een pleidooi voor het totaalprofiel als sleutel tot een inidividueel aangepast advies. In A. Geudens, D. Baeyens, K. Schraeyen, K. Maetens, J. De Brauwer, & M. R. Loncke (Red.), Jongvolwassenen met dyslexie: Diagnostiek en begeleiding in wetenschap en praktijk (pp. 81-108). Acco.

 

Bachelorproeven

Hier vind je de bachelorproeven met een score van 16 of meer van de expertisecel Taal en Leren.

2020-2021

promotoren: I. Segers, S. Van Eerdenbrugh

 

Rationale

Sinds 2017 hebben leerlingen met leerproblemen recht op gratis voorleessoftware. Er is echter weinig geweten over de ervaringen van leerkrachten met het gebruik van voorleessoftware in de klas.  

Methodiek

Er werd een kwalitatief onderzoek uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde interviews bij 15 Vlaamse leerkrachten uit het lager en het secundair onderwijs om hun ervaringen met voorleessoftware in kaart te brengen. De interviews werden woordelijk uitgetypt en gecodeerd. Daaruit werden verschillende thema’s gededuceerd.

Resultaten

De geïnterviewde leerkrachten hadden ervaring met gemiddeld vijf leerlingen die voorleessoftware gebruiken in de klas. Ze vermeldden het belang van een goede afstemming van voorleessoftware op de individuele noden van de leerlingen. Ook ervaarden ze het gebruik van de software als een meerwaarde met een positieve impact op het werktempo, de zelfstandigheid, het zelfvertrouwen en de concentratie van de leerlingen. De meest voorkomende uitdagingen waarmee leerkrachten te kampen krijgen bij de implementatie van voorleessoftware op school zijn de type- en computervaardigheid van de leerlingen, het klasmanagement en de technische of praktische problemen. Enkele leerkrachten suggereerden de invoering van een automatische back-up ter optimalisering van de software. Er werden geen verschillen gevonden tussen leerkrachten lager en secundair onderwijs in het gebruik en de beleving van voorleessoftware op school.

Conclusie

Dit onderzoek onderstreept het belang van het afstemmen van voorleessoftware op de individuele noden van de leerlingen en doet een aantal suggesties om een goede implementatie op school te garanderen. Naast leerkrachten, spelen ook logopedisten een belangrijke rol in de opstart en begeleiding van leerlingen die voorleessoftware gebruiken.

 

Sarah won met deze bachelorproef de Barones Verstraeten-prijs.

promotoren: A. Lowette, K. Schraeyen

 

Rationale

Uit het onderzoek van de Bies et al. (2019) is gebleken dat 789 Surinaamse kleuters van vijf jaar gemiddeld slechter scoren op drie subtests van de CELF Preschool2-NL in vergelijking met Vlaamse en Nederlandse kinderen van dezelfde leeftijd. Aan de hand van dit onderzoek werd nagegaan of een talige en/of culturele bias aan de basis kan liggen van de discrepantie tussen de resultaten van Suriname en van Vlaanderen/Nederland.

Methodiek

Het mixed methodsonderzoek bestond enerzijds uit een data-analyse van de testresultaten per item uit het voorgaande onderzoek van de Bies et al. (2019). De gegevens werden met SPSS geanalyseerd en per item voorzien van een kwantitatieve foutenanalyse. Anderzijds werd een survey afgenomen via Qualtrics bij een focusgroep van 14 Surinaamse logopedisten. Aan de logopedisten werd gevraagd welke items zij zouden aanpassen om de drie subtests van de CELF Preschool2-NL representatief te maken voor Suriname. Uiteindelijk werden de resultaten van beide onderzoeken kwalitatief met elkaar vergeleken.

Resultaten

Uit de vergelijking van beide onderzoeken blijkt dat verschillende items beïnvloed worden door het talige aspect van de testinstructie en de visuele voorstelling van de prenten binnen de subtests Zinnen Begrijpen, Woordstructuur en Actieve Woordenschat. 

Conclusie

De resultaten bevestigen de aanwezigheid van zowel een talige als een culturele bias voor de CELF Preschool2-NL in Suriname. Door de aanwezigheid van dergelijke biases worden de testresultaten van Surinaamse kinderen negatief beïnvloed. 

 

Julie won met deze bachelorproef de Prijs voor Mondiaal Onderzoek van de provincie Antwerpen.

promotor: Ilse Smits

 

Rationale

Het belang van ouderbegeleiding is reeds meermaals aangetoond in de literatuur. Toch is er nog geen concreet plan van aanpak voorhanden om ouders van kinderen met dyscalculie of rekenproblemen te begeleiden. Dit onderzoek is een bijdrage tot die gestructureerde aanpak.

Methodiek

Er werd een online vragenlijst afgenomen bij logopedisten uit Vlaanderen die rekenproblemen behandelen. Daarin werd gepeild naar de praktische en inhoudelijke invulling van ouderbegeleiding. Bovendien werd nagegaan welke zaken een rol spelen wanneer logopedisten niet aan ouderbegeleiding doen. De bekomen resultaten werden vergeleken met de literatuur en op basis daarvan werden concrete richtlijnen geformuleerd.

Resultaten

Uit de resultaten blijkt dat de meeste logopedisten aan beperkte ouderbegeleiding doen. De meesten volgden hiervoor nog geen bijscholing. Daarnaast is er geen consensus over het feit of ouderbegeleiding steeds op dezelfde manier dient te verlopen. Bovendien laat ongeveer de helft de keuze aan de ouders in welke mate ze betrokken willen worden. Wat betreft de inhoudelijke invulling vinden logopedisten het belangrijk om ouders grondig te informeren. Ongeveer de helft laat ouders ook thuisopdrachten begeleiden. Van de logopedisten die niet aan ouderbegeleiding doen, geeft de meerderheid aan niet te weten hoe eraan te moeten beginnen. Daarnaast staan ouders zelf niet altijd open voor de begeleiding zo blijkt uit het onderzoek.

Conclusie

Dit onderzoek biedt een basis van aanbevelingen omtrent ouderbegeleiding bij kinderen met dyscalculie of rekenproblemen. De oorzaken waarom logopedisten niet aan ouderbegeleiding doen, dienen verder onderzocht te worden om ook daar een oplossing voor te bieden. 

promotoren: C. Mostaert, H. Leysen

 

Rationale

Veel logopedisten geven aan dat ze meertalige kinderen niet anders onderzoeken dan eentalige kinderen. Ze gebruiken met andere woorden enkel Nederlandstalige gestandaardiseerde taaltests. Testmodificaties kunnen de bruikbaarheid van deze tests bij meertalige kinderen verhogen.

Methodiek

Een kwantitatief observationeel, cross-sectioneel onderzoek werd uitgevoerd bij 49 meertalige kinderen van 4;0 tot en met 5;11 jaar. De proefgroep bestond uit 9 kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en 40 kinderen met een typische taalontwikkeling. Op twee testmomenten werd een uitgebreide testbatterij afgenomen, waaronder de Clinical Evaluation of Language Fundamentals (CELF) - Preschool 2 NL (de Jong, 2012). De kernscore op de CELF-Preschool 2 NL werd tweemaal berekend, na gestandaardiseerde afname en na afname met gebruik van testmodificaties.

Resultaten

De kernscores van de CELF-Preschool 2 NL waren significant hoger na afname met testmodificaties, dan na gestandaardiseerde afname. Ook bij de verschillende subtesten was er een significant verschil te zien tussen de scores na gestandaardiseerde afname enerzijds en na afname met testmodificaties anderzijds. Enkel bij de proefgroep van kinderen met TOS was er geen significant verschil tussen de scores bij de subtesten ‘woordstructuur’ en ‘actieve woordenschat’. Het verschil in het aantal kinderen dat klinisch scoort na gestandaardiseerde afname enerzijds en afname met testmodificaties is bij de totale proefgroep en de groep van kinderen met een typische taalontwikkeling significant. Er is geen significant verschil bij de groep van kinderen met TOS.

Conclusie

De CELF-Preschool 2 NL kan een grotere diagnostische waarde bieden bij meertalige kinderen na gebruik van testmodificaties. De afname van een taaltest met testmodificaties geeft een beter beeld van de taalvaardigheid in het Nederlands van meertalige kinderen. Kinderen met TOS zijn minder vatbaar voor testmodificaties, daardoor kan er een betere differentiatie gemaakt worden tussen meertalige kinderen met TOS en met een typische taalontwikkeling.

promotor: Ilse Smits

 

Rationale

Er wordt vaak verondersteld dat leerlingen die een muzikale training volgen beter scoren voor hun rekenvaardigheden. Met dit onderzoek werd eerst nagegaan of er een verband is tussen de scores voor muziek en rekenen van de proefpersonen. Nadien werd gekeken of de rekenscores van de proefpersonen die muziekles volgen significant verschillen met de normscores uit de handleiding.

Methodiek

Voor dit onderzoek werd een kwantitatief observationeel cross-sectioneel onderzoeksdesign gehanteerd. Er werden bij 30 proefpersonen twee rekentests afgenomen, nl. de Cognitieve Deelvaardigheden Rekenen (CDR) en de Tempo Test Rekenen (TTR). De proefpersonen volgden reeds vier maanden muziekles en zaten in het derde of vierde leerjaar.

Resultaten

Uit de resultaten blijkt er een matig verband te zijn tussen de scores voor muziek en rekenen van de proefpersonen. De proefpersonen die eerder hoog scoren voor muziek behalen ook goede scores voor rekenen en omgekeerd. Bij de vergelijking van de rekenscores van de proefgroep met de normscores van het derde leerjaar werd vastgesteld dat de proefgroep significant beter scoort voor het onderdeel Delen uit de TTR en de P-taak (procedures uitvoeren) en L-taak (getallen lezen en schrijven) uit de CDR.

Conclusie

Leerlingen die een muzikale training volgen scoren beter voor enkele rekenvaardigheden. Dit is mogelijks een positief gevolg van de muzikale training. Op collectief vlak zou meer muziekles op school positieve effecten kunnen hebben voor de leerlingen. Op individueel vlak zouden logopedisten een muzikale training kunnen aanraden aan rekenzwakke leerlingen. Zo kunnen ze zich plezierig en ontspannend bezighouden en worden hun rekenvaardigheden tegelijkertijd bijgeschaafd. 

2019-2020

promotor: Kirsten Schraeyen

 

Rationale

Er zijn verschillende nonwoord repetitietaken in omloop waarbij een proefpersoon auditief gepresenteerde niet-bestaande woorden moet herhalen. Echter, er is nog veel onduidelijkheid over wat ze precies meten en waarom sommige studies wel dan geen verschillen kunnen aantonen bij diverse doelgroepen zoals bijvoorbeeld kinderen met en zonder mondelinge en/of schriftelijke taalontwikkelingsstoornissen. In de literatuur zijn we opzoek gegaan naar (sub)lexicale factoren die mogelijk van invloed kunnen zijn op het herhalen van non-/pseudowoorden. Aan de hand van een werkveldbevraging zijn we daarnaast nagegaan of logopedisten gebruik maken van een nonwoord repetitietaak.

Methodiek

Voor de eerste onderzoeksvraag werd gebruik gemaakt van een literatuurstudie. De databanken Limo, Google Scolar en PubMed werden geraadpleegd om de onderzoekseenheden te bekomen. Enkel artikels uit een vaktijdschrift kwamen in aanmerking. Voor de tweede onderzoeksvraag, tevens het kwantitatieve gedeelte, werden 95 responsen van logopedisten bekomen op een online enquête. Zij werden bevraagd naar hun gebruik van een nonwoord repetitietaak.

Resultaten

Op basis van de resultaten, kunnen we voor de eerste onderzoeksvraag besluiten dat elke opgenomen nonwoord repetitietaak rekening houdt met de (sub)lexicale factoren buurwoorden, lengte en aantal syllabes. Uit de resultaten van de online enquête blijkt dat slechts 33,7% een nonwoord repetitietaak in de praktijk gebruikt. Hierbij wordt een nonwoord repetitietaak vooral gebruikt voor taal- en/of leesonderzoek.

Conclusie

Dit onderzoek kan een aanzet zijn om een nonwoord repetitietaak-instrument op te stellen rekening houdend met (sub)lexicale factoren, bruikbaar voor Vlaamse kinderen. De bevindingen kunnen logopedisten ondersteunen in het interpreteren van resultaten op een nonwoord repetitietaak. Dit verhoogt tevens de diagnostische bruikbaarheid.

promotor: Ilse Smits

 

Rationale

Kinderen leren op uiteenlopende manieren kloklezen op school. Dit bemoeilijkt het diagnosticeren van problemen met kloklezen. Dit onderzoek gaat na welke leerlijn de scholen volgen en op welke moeilijkheden de leerkrachten stuiten tijdens het aanleren van kloklezen.

Methodiek

Een elektronische vragenlijst werd door 44 proefpersonen uit 20 lagere scholen in Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ingevuld. Op basis hiervan werd de leerlijn voor kloklezen binnen de scholen kwalitatief vergeleken. De moeilijkheden die leerkrachten ervaren tijdens de lessen kloklezen werden kwalitatief beschreven.

Resultaten

De leerlijn voor kloklezen verschilt per onderwijsnet en per school. Sommige scholen volgen de leerlijn van hun rekenmethode. Er bestaan echter veel rekenmethodes, elk met hun eigen leerlijn. Andere scholen werkten zelf een leerlijn uit. Leerlingen ervaren vooral moeilijkheden bij het tekenen van wijzers en het relatief aflezen van een digitale klok. De meeste proefpersonen gaven aan dat bij problemen met de klok ondersteunende hulpmiddelen worden ingezet. Deze hulpmiddelen zijn verschillend voor elke school. Kinderen die nood hebben aan extra instructie en uitleg krijgen deze volgens de proefgroep, meestal van de zorgleerkracht.

Conclusie

Binnen elk onderwijsnet worden leerplandoelen in een andere volgorde aangeboden, te vage leerplandoelen leiden tot verschillende interpretaties en rekenmethodes volgen een eigen leerlijn. Overleg tussen overheid, onderwijzend personeel, uitgeverijen en logopedisten kan tot meer duidelijkheid en uniformiteit leiden. Dit zal het correct interpreteren van resultaten op gestandaardiseerde testen zoals de TMMR en LVS vergemakkelijken, en de aanpak van kloklezen tijdens de therapie kan afgestemd worden op de verwachtingen van de school.