Gratis downloads

“Sharing will enrich everyone with more knowledge.” 
- Ana Monnar

Vloeiendheid

Publicaties

Hier vind je de meest recente publicatielijst van de expertisecel Vloeiendheid.

Brundage, S. B., Ratner, N. B., Boyle, M. P., Eggers, K., Everard, R., Franken, M-C., Kefalianos, E., Marcotte, A. K., Millard, S., Packman, A., Vanryckeghem, M., & Yaruss, S. (2021). Consensus guidelines for the assessments of individuals who stutter across the lifespan. doi.org/10.1044/2021_AJSLP-21-00107

Eggers, K., Millard, S., & Kelman, E. (2021). Temperament and the impact of stuttering in children aged 8-14 years. Journal of Speech, Language, and Hearing Research. doi.org/10.1044/2020_JSLHR-20-00095

Lowe, R., Jelčić, S., Onslow, M., O'Brian, S., Vanryckeghem, M., Millard, S., Kelman, E., Block, S., Franken, M. C., Van Eerdenbrugh, S., Menzies, R., Shenker, S., Byrd, C., Bosshardt, H.-G., del Gado, F., & Lim, V. (2021). Contemporary issues with stuttering: The Fourth Croatia Stuttering Symposium. Journal of Fluency Disorders, 70, 10584. doi.org/10.1016/j.jfludis.2021.105844

Subasi, M., Van Borsel, J., & Van Eerdenbrugh, S. (2021). The Lidcombe program for early stuttering in non-English speaking countries: A systematic review. Folia Phoniatrica et Logopaedica, 1-14. doi.org/10.1159/000517650

Van Eerdenbrugh, S., & Van Borsel, J. (2021). The Lidcombe Program via webcam: a case study. JSM Communication Disorders, 4(1): 1012

Byrd, C., Werle, D., Coalson, G. A., & Eggers, K. (2020). Use of monolingual English guidelines to assess stuttering in bilingual speakers: A systematic review. Journal of Monolingual and Bilingual Speech, 2(1), 1-23. doi.org/10.1558/jmbs.12733

Eggers, K. (2020). Executive functioning in childhood stuttering. In K. Węsierska (Ed.) Zaburzenia płynności mowy –teoria i praktyka, tom II [Fluency Disorders: Theory and Practice, volume II] (p. 99-115). Katowice: University of Silesia.

Eggers, K., Van Eerdenbrugh, S., & Byrd, C. T. (2020). Spraakonvloeiendheden bij tweetalig Jiddisch-Nederlands- en Turks-Nederlandstalige kinderen in een Nederlandstalige controlegroep. Logopedie, 33(3), 21-34.

Jansson-Verkasalo, E., Silvén, M., Lehtiö, I., & Eggers, K. (2020). Speech disfluencies in typically developing Finnish-speaking children – Preliminary results. Clinical Linguistics & Phonetics. doi.org/10.1080/02699206.2020.1818287

Van Eerdenbrugh, S., Stuyvaert, V., & Eggers, K. (2020). Inventaire du contenu et des types de traitement du bégaiement en Fédération Wallonie-Bruxelles et en Flandre. UPLF-Info, 37(3), 16-28.

Eggers, K. (2019). Temperament, emotions and executive functions in children who stutter (pp. 125-134). In D. Tomaiuoli (Eds.), Proceedings of the 3rd international conference on stuttering. Erickson.

Eggers, K., & Van Eerdenbrugh, S. (2019). Inventarisatie van de inhoud en vorm van stottertherapie in Vlaanderen en Wallonië. Logopedie, 32(6), 30-40.

Eggers, K., Van Eerdenbrugh, S., & Byrd, C. T. (2019). Speech disfluencies in bilingual Yiddish-Dutch speaking children. Clinical Linguistics & Phonetics, 34(6), 576-592. doi:10.1080/02699206.2019.1678670

Neumann, K., Euler, H., Zens, R., Piskernik, B., Kell, C., Amir, … Finn, P. (2019). Unassisted late recovery from stuttering: Dimensions of reported techniques and causal attributions. Journal of Communication Disorders, 81, 105915.

Van Eerdenbrugh, S., Vanhoutte, S., & Waelkens, V. (2019). Directe therapie bij stotterende kleuters: verschillen en gelijkenissen tussen het Lidcombe Programma en Mini-KIDS. Logopedie, 32(5), 21-31

Werle, D., Byrd, C., Gkalitsiou, Z., & Eggers, K. (2019). Bimanual task performance in adults who do and do not stutter. Journal of Communication Disorders, 81, 105911.

Eggers, K. & Elen, R. (2018). Spraakonvloeiendheden bij personen die niet stotteren (3-82J): Invloed van geslacht en leeftijd. Logopedie, 31(3), 11-25.

Eggers, K. & Van Eerdenbrugh, S. (2018). Speech disfluencies in Down Syndrome. Journal of Communication Disorders, 71, 72-84 doi:10.1016/j.jcomdis.2017.11.001

Eggers, K. (2018). Темперамент и исполнительные функции у детей с заиканием: обзор исследований [Temperament and executive functioning in stuttering]. Дефектология [Defectology], 5, 67–75.

Eggers, K., De Nil, L., & Van den Bergh, B. (2018). Exogenously triggered response inhibition in developmental stuttering. Journal of Fluency Disorders, 56, 33-43.

Eggers, K., Fleerackers, J., Van Bedaf, E., & Van Everbroeck, H. (2018). Fonologische vaardigheden in kinderen die stotteren. Logopedie, 31(1), 25-32.

Van Eerdenbrugh, S., Packman, A., O’Brian, S & Onslow, M. (2018). Challenges and strategies for speech- language pathologists using the Lidcombe Program for early stuttering. American Journal of Speech- Language Pathology, 27(3S), 1259 doi: 10.1044/2018_ajslp- odc11-17-0185

Eggers, K., & Jansson-Verkasalo, E. (2017). Auditory attentional set-shifting and inhibition in children who stutter. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 60(11), 3159–3170. doi.org/10.1044/2017_JSLHR-S-16-0096

Van Eerdenbrugh, S., Packman, A., Onslow, M., O’Brian, S. & Menzies, R. (2016). Development of an internet version of the Lidcombe Program of early stuttering intervention: A trial of Part 1. International Journal of Speech-Language Pathology, 20(2), 216-225. doi.org/10.1080/17549507.2016.1257653

Van Eerdenbrugh, S. & Van Borsel, J. (2016). Logopedie in een meertalige context: een gevalstudie met het Lidcombe Programma. Logopedie, 29(5), 25-34

Jansson-Verkasalo, E., Eggers, K., Järvenpää, A., Suominen, K., Van den Bergh, B., & De Nil, L. (2014). Atypical central auditory processing in children who stutter as indexed by the mismatch negativity. Journal of Fluency Disorders, 41, 1-11. doi.org/ 10.1016/j.jfludis.2014.07.001

Leahy, M, De Nil, L, Agius, J, Hylebos, C., & Eggers, K. (2014). European clinical specialization in fluency disorders: Participants review the first four years. SIG4 Perspectives, American Speech-Language and Hearing Association, 26-32.

Eggers, K., De Nil, L., & Van den Bergh, B. (2013). Inhibitory control in childhood stuttering. Journal of Fluency Disorders, 38(1), 1-13. doi:10.1016/j.jfludis.2012.10.001

Eggers, K. (2012). Responsinhibitie bij volwassen personen die stotteren versus niet stotteren. Logopedie, 27(4), 76-83.

Eggers, K. (2012). Temperamental characteristics of children with developmental stuttering: From parent questionnaire to neuropsychological paradigms. (Doctoral dissertation University of Leuven, Leuven, Belgium and Tilburg University, Tilburg, The Netherlands). 

Eggers, K., De Nil, L., & Van den Bergh, B. (2012). The efficiency of attentional networks in children who stutter. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 55(3), 946-959. doi.org/10.1044/1092-4388(2011/10-0208)

Eggers, K., & Leahy, M. (2011). The European clinical specialization on fluency disorders (ECSF). Journal of Fluency Disorders, 36(4), 296-301. doi:10.1016/j.jfludis.2011.02.001

Eggers, K., De Nil, L., & Van den Bergh, B. (2010). Temperament dimensions in stuttering and typically developing children. Journal of Fluency Disorders, 35(4), 355-372. doi:10.1016/j.jfludis.2010.10.004

Jansson-Verkasalo, E., & Eggers, K. (2010). Änkytys [Stuttering]. In P. Korpilahti, O. Aaltonen, & M. Laine (Eds.) Kieli ja aivot: Kommunikaation perusteet, häiriöt ja kuntoutus. [Language and brain: The basis, disturbances and rehabilitation of communication]. Turku: Kognitiivisen neurotieteen tutkimuskeskus.

 

Bachelorproeven

Hier vind je de bachelorproeven met een score van 16 of meer van de expertisecel Vloeiendheid.

2020-2021

promotoren: S. Van Eerdenbrugh, K. Eggers

 

Rationale

Dit onderzoek werd de voorgaande twee jaren uitgevoerd bij kleuterleerkrachten en zorgcoördinatoren en huis- en kinderartsen, professionals die kinderen zien rond de leeftijd waarop stotteren vaak aanvangt. Wat verpleegkundigen en artsen van Kind en Gezin weten over stotteren en hoe ze doorverwijzen is niet duidelijk. Daarom werd deze bachelorproef uitgevoerd.

Methodiek

In totaal namen 147 artsen en verpleegkundigen van Kind en Gezin deel aan dit kwantitatief, observationeel, cross-sectioneel onderzoek. Resultaten werden bekomen via een vragenlijst. Deze vragenlijst peilde naar de kennis en het doorverwijsgedrag bij peuters/kleuters die stotteren. De invloed van het aantal jaren ervaring en het al dan niet kennen van een persoon die stottert op de kennis en het doorverwijsgedrag werd nagegaan.

Resultaten

De participanten leken een matige kennis over stotteren te hebben. Zo’n 38,8% van de participanten opteert voor een ‘wait and see’ aanpak bij peuters/kleuters die stotteren.  Het verlengen van een klank werd door 49% van de participanten herkend als een kenmerk van stotteren. De participanten hanteren geen eenduidige reactie als ze in contact komen met een peuter/kleuter die stottert. Bijna de volledige proefgroep, 96,6% van de participanten, vond dat ze onvoldoende kennis hebben omtrent stotteren en hetzelfde aantal geeft aan interesse te hebben in een nascholing of extra informatie hierover. 

Conclusie

De proefgroep gaf aan nood te hebben aan extra informatie. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat meer kinderen correct worden geïdentificeerd en op tijd worden doorverwezen. Een informatiecampagne voor deze doelgroep lijkt aangewezen.

promotoren: K. Eggers, S. Van Eerdenbrugh

 

Rationale

Van jongs af aan komen kinderen op consultatie bij Kind en Gezin om hun ontwikkeling in kaart te brengen. Dit onderzoek achterhaalde de kennis en het doorverwijsgedrag omtrent beginnend stotteren bij peuters en kleuters bij de artsen en verpleegkundigen van Kind en Gezin. 

Methodiek

De proefgroep van dit kwantitatief cross-sectioneel onderzoek bestond uit 147 proefpersonen, waarvan 65 artsen en 82 verpleegkundigen. Ze vulden allen een online vragenlijst in die werd opgesteld naar analogie met het onderzoek van Yairi en Carrico (1992). Op basis van de Chi-kwadraattoets werd de invloed van beroep en leeftijd onderzocht. 

Resultaten

De bevraagde zorgverleners van Kind en Gezin blijken meestal een onvolledige expertise te hebben over accurate informatie omtrent stotteren. Het beroep en de leeftijd hadden slechts een minimale invloed op enkele vragen omtrent de algemene kennis over stotteren, stotterkenmerken en de opgedane informatie omtrent dit onderwerp.

Conclusie

De artsen en verpleegkundigen van Kind en Gezin beschikken niet over accurate kennis omtrent beginnend stotteren bij peuters en kleuters. Ze indiceren nood te hebben aan informatie omtrent stotteren. Het ontwikkelen van een sensibiliseringspakket voor deze doelgroep kan bijdragen tot een betere identificatie en doorverwijzing van stotteren bij eerstelijnsverzorgers

promotoren: S. Van Eerdenbrugh, K. Eggers

 

Rationale

Dit onderzoek maakt deel uit van een longitudinale studie die de beïnvloedende factoren op de spraakonvloeiendheden bij kinderen in kaart brengt. Bij deze bachelorproef werd nagegaan of er verbanden zijn tussen de opvoedingsstijl en de evolutie van het soort en aantal onvloeiendheden, het leefpatroon en de evolutie van het soort en aantal onvloeiendheden en de opvoedingsstijl en de spreekattitude.

Methodiek

Het longitudinaal onderzoek startte in 2016 met 80 kinderen. Voornamelijk door de strikte coronamaatregelen die het verhinderden de originele onderzoeksopzet te volgen, was de drop-out dit vijfde (finale) jaar aanzienlijk groot. Uiteindelijk namen 31 kinderen van 6;06 tot 7;06 jaar deel aan de longitudinale cohortstudie die gebruikt maakt van spraakstalen om de onvloeiendheden in kaart te brengen. Deze spraakstalen werden geanalyseerd volgens de verdeling in ‘Other Disfluencies’ en ‘Stuttering Like Disfluencies’. In een vorig jaar werden de KiddyCAT, een test die de spreekattitude bij kleuters nagaat, en een vragenlijst rond opvoedingsstijl afgenomen. 

Resultaten

Er werden geen significante verbanden gevonden tussen de opvoedingsstijl en de onvloeiendheden, het leefpatroon en de onvloeiendheden of de opvoedingsstijl en de spreekattitude. 

Conclusie

Uit dit onderzoek zijn er geen significante verbanden gebleken. Dit kan te maken hebben met de beperkte proefgroep. Verder onderzoek in de toekomst is aangewezen.

2019-2020

promotoren: Kurt Eggers, Elaine Kelman, Sharon Millard

 

Rationale

Dit onderzoek had tot doel (1) na te gaan of er een verband bestaat tussen enerzijds temperament en anderzijds stotterernst, spreekattitude, angstniveau en functionele impact en (2) te onderzoeken of er verschillen zijn in stotterernst, spreekattitude en functionele impact tussen verschillende temperamentgroepen.

Methodiek

Bij 130 Engelstalige kinderen die stotteren (8;06 - 14;10) werden de Early Adolescent Temperament Questionaire-Revised (EATQ-R; Ellis & Rothbart, 2001), het Stuttering Severity Instrument (SSI-4; Riley, 2009), de Communication Attitude Test (CAT; Brutten & Vanryckeghem, 2003), het Overall Assessment of the Speaker’s Experience of Stuttering (OASES, Yaruss & Quesal, 2006), de Palin Parent Rating Scales (PPRS, Millard & Davis, 2016) en de Revised Children’s Anxiety and Depression Scale (RCADS, Chorpita et al., 2000) afgenomen. Correlaties tussen de verschillende scores werden nagegaan door Pearsons correlatiecoëfficiënt. Verschillen tussen temperamentgroepen, ingedeeld op basis van reactiviteit en zelfregulatie, werden bepaald door middel van een ANOVA-toets en een post hoc Bonferronitest.

Resultaten

Sommige verbanden wijzen er op dat hogere positieve reactiviteitsscores gelinkt kunnen worden aan lagere angstscores, een betere spreekattitude en een lagere impact en net het omgekeerde bij hogere negatieve reactiviteitsscores. Zowel voor spreekattitude als voor functionele impact van stotteren bleken verschillen tussen temperamentgroepen. Een hoge mate van positieve reactiviteit en lage mate van negatieve reactiviteit lijken daarbij, al dan niet in combinatie met zelfregulatie, een beschermende rol op te vervullen.

Conclusie

De resultaten bevestigen in grote mate eerdere bevindingen. Voor een kwaliteitsvolle klinische praktijk lijkt het op basis van deze bevindingen van belang bij diagnostiek en therapie temperament en de invloed ervan op spreekattitude, angst en functionele impact van het stotteren in rekening te brengen.

 

Lieve won met deze bachelorproef de Barones Verstraeten-prijs.

promotoren: Kurt Eggers, Mary O'Dwyer, Courtney Byrd

 

Rationale

In juli 2019 vond in Ierland CAMP Dream. Speak. Live. EUROPE plaats. Nadien werd onderzocht of het kamp een effect had op de impact van het stotteren die de deelnemers ondervinden en op hun relaties met leeftijdsgenoten.

Methodiek

De proefpersonen van dit experimenteel onderzoek waren 18 deelnemers van het kamp. Ze waren allen tussen 7;00 en 18;01 jaar en hun stotterernst varieerde van zeer licht tot zeer ernstig. Voor en na het kamp vulden de kinderen twee vragenlijsten in, namelijk de Overall Assessment of the Speaker's Experience of Stuttering (OASES; Yaruss, Coleman & Quesal, 2010), die de impact van het stotteren op de kinderen nagaat en de Patient Reported Outcomes Measurement Information System (PROMIS) Pediatric Peer Relationships Scale (DeWalt et al., 2013), die nagaat hoe kinderen zich voelen in relatie met leeftijdsgenoten. Aan de hand van de Wilcoxon signed-ranks toets werd er nagegaan of er een significant verschil was tussen de voor- en nametingen.

Resultaten

Na het kamp vertoonden de deelnemers een significant lagere OASES totaalscore (p < .05). Ook op drie van de vier OASES secties, namelijk ‘Algemene informatie’ (p < .05), ‘Communicatie in dagelijkse situaties’ (p < .05) en ‘Levenskwaliteit’ (p < .01) werd een significant lagere score gevonden. Op de PROMIS werd er geen significant verschil gevonden tussen de voor- en nametingen (p = .26).

Conclusie

CAMP Dream. Speak. Live. EUROPE reduceerde significant de impact van stotteren op het leven van de proefpersonen, maar had geen effect op hoe de kinderen omgaan met relaties met leeftijdsgenoten.